‘Zal ik dan maar gaan?’ vroeg de medewerkster van onze opdrachtgever, nadat zij een lange reeks diefstallen bij haar werkgever had toegegeven. Uiteindelijk mocht zij inderdaad permanent vertrekken. Net als een andere collega die tijdens het onderzoek, onafhankelijk van de eerstgenoemde medewerkster, met enorm fanatisme bleek te stelen. Ons onderzoek was gericht op het vaststellen van de dader van diefstallen van omzet uit het managementkantoor, maar terwijl we daar druk mee waren, kwam de tweede medewerkster in beeld. Kunt u zich de verbazing van onze opdrachtgever voorstellen? Hij had niet één maar twee niet integere medewerksters in huis.

Gert van Beek

Ons onderzoek vond plaats bij een semi-overheidsorganisatie met tal van vestigingen. Het plaatselijke management meldde het hoofdkantoor dat daags voordien een bedrag van honderden euro’s uit het managementkantoor werd vermist. En dat was zeker niet voor het eerst, want in de voorliggende tijd was al een keer of tien sprake van de vermissing van aanzienlijke geldbedragen. Er leek sprake van diefstal te zijn. Minder prettig was dat men op eigen initiatief een medewerkster had aangesproken waarvan men meende dat die mogelijk verantwoordelijk was. Hoewel bij die medewerkster inderdaad veel geld werd aangetroffen, kon verder geen enkele actie tegen haar worden ondernomen, want haar verklaring voor het bezit van het geld, maakte het onmogelijk haar als dader aan te wijzen. Lastige situatie. De mogelijke dader was op de hoogte en alle kruit was verschoten.

Maar de ervaring leert dat als iemand steelt dat, dit meestal na de eerste schrik wel weer doorgaat. Men is immers naar het extra verkregen inkomen gaan leven en achteruitgang in inkomen is lastig. Daarnaast weten we dat stelende medewerkers in het algemeen elke mogelijkheid tot diefstal zullen aangrijpen, dus ook op andere plekken binnen het bedrijf. Daarop anticiperend besloten wij op meerdere plaatsen binnen het bedrijf cameratoezicht toe te passen met, zoals eerder genoemd, nogal onverwacht resultaat.

Tijdens de analyse van de gemaakte opnamen, bleek dat een kassamedewerkster met onwaarschijnlijk fanatisme geld aan de kassa onttrok. We zijn best wel wat gewend, maar deze medewerkster manipuleerde op verschillende manieren werkelijk elke aanslag op de kassa, terwijl zij doorlopend op een briefje bijhield wat haar door fraude gecreëerde kasvoorschot was. Tussendoor roomde zij het frauduleuze overschot steeds af, soms geld wisselend vanuit haar eigen portemonnee, waarna zij met een nieuw schoon briefje verder werkte aan een volgende serie. Aan het einde van de dag toonde zij in het managementkantoor opvallend belangstelling voor het tellen van haar kas. Ze vertelde later dat ze eventuele oneffenheden dan gelijk kon verklaren en neutraliseren. Opvallende betrokkenheid.

Naast de kassa stond een fooienpotje voor het personeel. En laat daar nou de andere medewerkster, degene die was aangesproken, een wekelijkse afspraak mee blijken te hebben. Elke maandagmorgen schudde zij de inhoud van de fooienpot in haar zak leeg, waarna zij het geld later in haar tas bij de garderobe deed. Overigens deed zij dagelijks veel meer in die tas. Niet alleen verkoopartikelen uit het bedrijf, maar ook allerlei huishoudelijke gebruiksartikelen. Meermaals was ook te zien dat zij de jassen van haar collega’s ‘controleerde’. Zij doorzocht de jaszakken en binnenzakken en later werd bekend dat inderdaad meermaals door collega’s melding was gedaan van de vermissing van geld uit hun jassen.

Maar die grote geldbedragen uit het managementkantoor bleven eveneens aantrekkelijk. Veel geld met weinig inspanning, maar toch wel spannend na eerder te zijn aangesproken. Uiteindelijk kon de fooienpot-jassen-en-tassen-medewerkster zich niet meer inhouden. De kers op de taart was toen we haar liggend op haar buik over de grond schuivend naar de bureauladen en de kluis zagen gaan, waar zij opnieuw probeerde geld te stelen.

De ‘mevrouw van de kassa’ toonde berouw en schaamte voor haar handelen, maar de andere medewerkster kwam niet verder dan spijt. Spijt dat zij betrapt was wel te verstaan, maar niet van haar handelen. Ze had het geld en de spullen nodig en zou het zo weer doen. Ze legde een verklaring af, hoorde onbewogen haar ontslag aan en nam ter kennisgeving aan dat aangifte tegen haar gedaan zou worden. Ze zou ‘het allemaal wel zien’ en ze eindigde met: ‘mag ik nu gaan?’

Ja mevrouw, graag zelfs!

Ga naar boven